Je zou de indruk kunnen krijgen dat de zwaardere specialisten tijdrijden automatisch ook de beste klimmers zijn en dat de pocketklimmertjes dus nooit zouden kunnen winnen. Dit is gedeeltelijk waar. Denken we maar even aan Merckx, Armstrong, Hinault, Indurain etc... allen stuk voor stuk grote tijdrijders en bijna nooit geklopte klimmers. De vraag blijft nog steeds waarom pocketklimmertjes zoals Pantani, Gaul, Van Impe geen grote potten breken in een vlakke tijdrit. Laten we eerst een hardnekkig misverstand uit de baan ruimen; Indien sommige kleine mannetjes zo goed klimmen is dit niet omdat ze zo licht zijn maar wel omdat zij een hoger vermogen per kg hebben, dus omdat zij doodgewoon betere atleten zijn.

Om de ronde van Frankrijk te winnen moet men een compleet renner zijn. Men moet een goede klimmer en een goede tijdrijder zijn. Alhoewel deze ronde meestal in het hooggebergte wordt gewonnen, wordt ze nog zelden gewonnen door een zogenaamde  “pure klimmer”.

In de volksmond is de pure of gevleugelde klimmer (Lucien Van Impe, Charly Gaul, Frederico Bahamontes, Marco Pantani…)  een vedergewicht mannetje en de algemene opvatting is dat die zo goed klimmen omdat ze zo licht zijn. Zij zouden dus bevoordeeld zijn en eigenlijk een mindere prestatie leveren dan een Indurain, Armstrong etc...
In de eerste plaats vergeten we dan even dat kleine lichte mannetjes ook minder spiermassa hebben, kleinere longen, kleiner hart, minder bloed etc...
Kleine lichte mannetjes worden zowel in de tijdritten als in de bergritten sterk benadeeld. De UCI bepaalt dat een fiets minstens 6.800 kg moet wegen. Een renner van 60 kg moet dus minstens  11.33 % van zijn eigen lichaamsmassa extra naar boven sleuren, terwijl een renner van 80 kg slechts 8.5 % extra meetorst. Dit is fundamenteel wedstrijdvervalsend, en het zorgt er voor dat de lichtere renner een hoger specifiek vermogen (vermogen per kg) nodig heeft om gelijke tred te houden met de zwaardere renner.
Vergeten we niet dat we hier spreken over afgetrainde toppers. deze renners hebben allemaal een uiterst laag vetgehalte
.en Voor deze renners is de spiermassa, en dus het vermogen evenredig met hun totale massa.

Men zou kunnen denken dat de grotere renner benadeeld wordt omdat hij een groter frontaal oppervlak heeft, en dus een grotere luchtweerstand moet overwinnen. Dit is opnieuw fout geredeneerd. Het frontaal oppervlak is ongeveer evenredig met de 2/3-de macht van de lichaamsmassa. Wanneer de lichaamsmassa, en dus het vermogen, verdubbelt zal de luchtweerstand slechts vermeerderen met de factor 22/3 = 1.587. Dit betekent dus opnieuw dat de kleinere renner meer vermogen per lichaamsmassa moet produceren om gelijke tred te houden met de zwaardere.

In de bergen wordt dus niet gestreden met gelijke wapens, en de ongelijkheid wordt veroorzaakt door de simplistische massaregel van de UCI. Het nefaste gevolg voor de schoonheid van een echte bergrit is in recente jaren meer en meer duidelijk geworden. De grote ploegen nemen een aantal middelmatig goede klimmers van het zwaardere type in dienst die gedurende een groot deel van de beklimmingen een verschoeiend ritme opleggen en de lichtere klimmertjes verstikken zodat we nog zelden een groot klimmersexploot kunnen meemaken. Na de vlakke ritten dreigen nu ook de bergritten een vervelend gedoe te worden;

Hoe koersvervalsend de constante fietsmassaregel wel werkt hebben we kunnen zien in de fameuze mano-a-mano Pantani-Armstrong op de Mont Ventoux in 2000.  Armstrong had een massa van 74 kg en een specifiek vermogen van 6.50 watt/kg. Aangezien beiden met een fiets van ongeveer 6.800 kg reden moest Pantani, een mannetje van 55 kg, een specifiek vermogen leveren van 6.77 watt/kg. Pantani heeft dus wel degelijk ongeveer 2 % meer vermogen per kilogram moeten leveren,  was toen 2 % sterker dan Armstrong maar toch kwamen ze samen op de top! De zogenaamde geste van Armstrong was dan m.i. helemaal misplaatst.

Hoe zouden we deze discriminatie van de kleintjes kunnen wegwerken? Heel eenvoudig door te stellen dat de massa van de fiets in bergetappes moet proportioneel zijn met de massa van de renner. De verhouding van de massa van de renner tot de totale massa (renner+ fiets) zou voor iedereen de zelfde waarde moeten hebben. Deze standaard waarde zou b.v. 0.89 kunnen zijn, d.i. de waarde die overeenkomt met een fiets van 6.800 kg bij een  renner van 55 kg.

 

Massa renner (kg)

Massa fiets (kg)

55

6.800

60

7.415

65

8.033

70

8.650

75

9.269

In het tabelletje hiernaast zien we de berekende massa van de fiets voor renners met verschillend massa.

Er zou dus een nieuwe procedure moeten ingevoerd worden bij grote bergetappes, waarbij de renners en hun fietsen gewogen worden en er geijkte gewichtjes worden aangebracht daar waar nodig en rechtvaardig. Een dergelijke procedure is helemaal niet omslachtig en kan zeer snel uitgevoerd worden.

Er moet hier natuurlijk een enorme historische en psychologisch drempel overwonnen worden en allerlei drogredenen zouden aangevoerd worden om een dergelijke regeling tegen te werken.  Eerst en vooral zou de technologische drang naar steeds lichtere fietsen afgeremd worden hetgeen niet naar de zin van de fabriekanten van steeds lichtere  en steeds duurdere fietsen zal zijn. De zwaardere klimmers zullen zich helemaal ten onrechte gediscrimineerd voelen. De waarheid is dat de lichtere renners reeds 100 jaar stilzwijgend gediscrimineerd worden, en dat deze maatregel de historische discriminatie tegenwerkt. Eindelijk zouden de bergen opnieuw grote, open en eerlijke strijd kunnen opleveren in plaats van het bloedloze gedoe van de bende van Armstrong  van de laatste jaren.

De beste klimmer is diegene met het grootste vermogen per kilogram, en die moet kunnen winnen zelfs indien hij een lichtgewicht is!

Laat ons ook niet vergeten dat diezelfde kleine rennertjes enorm benadeeld worden in de vlakke tijdritten en in de afdalingen.

Wat met de sprinters?

We kunnen niet ontkennen dat de sprinters, die nu al niet goed over de cols geraken, moord en brand zouden schreeuwen. Dit is echt niet nodig, want een Tour de France bestaat eigenlijk uit twee tours; één voor de kandidaat eindwinnaars en één voor sprinters kandidaat groene truien. De sprinters zitten in de bergritten toch al knus in de bus en een kilootje meer zal daar geen verandering aan brengen. Indien nodig kan de tijdslimiet zelfs enkele procentjes verlengd worden zonder enige invloed op het koersverloop.