De ideale trapfrequentie of trapcadans

Fietsfanaten en "kenners" hebben soms verhitte discussies over groter of kleiner trappen, het beste verzet etc...De vraag moet eigenlijk niet gesteld worden naar het beste verzet, maar naar de beste trapfrequentie. De snelheid die je behaalt wordt niet zozeer bepaald door de kracht maar wel door het vermogen dat je ontwikkelt, dus willen we een zo groot mogelijk vermogen, met zo weinig mogelijk kracht. We zouden dus klein moeten rijden met zeer hoge trapfrequentie, net zoals Armstrong.Spijtig genoeg is er een grens aan de trapfrequentie die we kunnen leveren, en deze maximale frequentie hangt af van veel factoren, zoals de leeftijd,  aanleg, training etc. Hoe bepalen we dus een "optimale" trapfrequentie?

Aangezien fietsen in de eerste plaats een duursport is willen we vooral aërobe inspanningen leveren. Daarom interpreteren we de figuur hierboven op de volgende manier. Zetten we een fietser op een home trainer en we vragen om aan een vaste trapfrequentie te rijden, b.v. aan 75 rpm. We verhogen langzaam de belasting en houden de hartslag van de fietser in de gaten, tot wanneer hij op zijn omslagpols komt. Bij die bepaalde trapfrequentie kennen we dan het omslagvermogen en de bijhorende kracht. We zien dat dit vermogen (rode lijn) stijgt met stijgende trapfrequentie, terwijl tezelfdertijd de nodige kracht (blauwe lijn) daalt met hogere trapfrequentie en hoger vermogen. Zouden we daarom met de hoogst mogelijke trapfrequentie, dus het kleinst mogelijke verzet, moeten rijden? Zeker niet, want boven een zekere frequentie dalen de kracht en het vermogen drastisch. We moeten dus in alle omstandigheden trachten te draaien aan deze optimale pedaalslag,  hier in het voorbeeld ongeveer 90 rpm. Jonge mensen hebben een zeer hoge optimale pedaalslag, zij zijn soepele draaiers. Bij iets oudere zal de optimale pedaalslag lager zijn, en meteen ook het leverbaar vermogen.
Een fietser die zichzelf respecteert zal dus trachten zijn optimale pedaalslag te ontdekken, en met het versnellingsapparaat spelen om steeds deze pedaalslag aan te houden. Dit is een van de geheimen van een goede tijdrijder, en is ook de reden waarom het nuttig is over veel kroontjes te beschikken, liefst 9 of 10 met telkens slechts 1 tandje verschil.

Uit deze grafiek leren we ook nog dat iemand die aan 330 W rijdt (top van de rode kromme) slechts 200 N (blauwe kromme) gemiddelde kracht op de pedalen zet, d.i. slechts 200/9.81 = 20,4 kg-kracht. Lijkt dit je nogal weinig? Hang dan eens 20 kg aan elke voet en loop daarmee een trap op.

Waarom rijden we bergop met een gemiddelde lagere trapcadans dan op vlakke wegen?