De doelstelling van de training is het
verhogen van de geschiktheid om een zo hoog mogelijke prestatie te leveren.
We spreken daarin over de "vorm". Maar wat is eigenlijk vorm? Wat bedoelt een
renner als hij goede benen heeft? Hoe kan gepaste training leiden tot goede
benen? Dit zijn vragen waarvoor een renner een goede trainer nodig heeft.
Renners die maar wat aan modderen en gewoon zo hard mogelijk en zo veel mogelijk
trainen zullen in het moderne wielrennen niet meer aan de bak komen. Trainen met een vermogensmeter stelt nieuwe gegevens van
onschatbare waarde ter beschikking van de trainer.
Iedere
training of westrijd heeft een dubbele invloed op het lichaam
-
Een positieve
nawerking; de eigenlijke aanpassing van het lichaam aan de trainingsprikkel.
Dit effect neemt langzaam af, zodat je na 1 maand nog ongeveer 50 % van dit
positieve effect over hebt. (In wiskundige termen is de halveringstijd van de
trainingsprikkel 29 dagen). Je totale trainingsniveau is dus een soort gewogen
gemiddelde van alle trainingswerk van de afgelopen maanden, waar natuurlijk de
recentere trainingen zwaarder doorwegen. Dit trainingsniveau wordt het
CTS
genoemd – Chronische Training Stress – of Chronische trainingslast
-
Een negatieve
nawerking m.a.w. de vermoeidheid. De vermoeidheid neemt gelukkig sneller af
zodat je bv. na 5 dagen herstelt van zelfs een zeer zware inspanning (De
halveringstijd van vermoeidheid is 5 dagen). Het
niveau van vermoeidheid wordt weergegeven door het
ATS –
Acute Training Stress.
Volgens Andrew Coggan
kunnen we stellen dat Vorm = Training + frisheid en natuurlijk is frisheid het
tegengestelde van vermoeidheid
In
het kort komt het erop neer dat
Vorm
ongeveer overeenkomt met
CTS
– ATS
of nog eenvoudiger
TSB
= CTS – ATS
TSB is
Training Stress Balance
of de balans tussen training en vermoeidheid.
Heel veel trainen zonder voldoende rusten leidt tot zeer negatieve waarden van
TSB, overtraining en slechte prestaties. Indien we het enkele dagen rustig aan
doen (het taperen) blijft de CTS nagenoeg constant, maar de vermoeidheid of ATS
verdwijnt snel zodat de balans TSB snel omhoog gaat en positief wordt. Algemeen
wordt aangenomen dat een renner zijn beste prestatie levert wanneer zijn TSB
enkele dagen positief is geworden. TSB positief betekent dus in de praktijk
goede benen en een mogelijke knalprestatie. Wanneer de TSB te lang en te diep
negatief blijft treden overtraining en slechte prestaties op.
De
evolutie van CTS, ATS en TSB kunnen grafisch voorgesteld worden in een
Prestatiebeheerskaart PBK
Hoe
we een prestatiebeheerskaart
kunnen gebruiken zal duidelijk zijn met het volgende voorbeeld, een deel van
mijn eigen seizoen 2009. (Merk wel op dat
dit geen renner is maar een eenvoudige wielertoerist van de derde leeftijd).
De
CTS staat hier in
het blauw en af te lezen op de rechtse schaal in TSS/d (Training stress per
dag).
In oranje de TSB – Trainingsbalans en in zwart het vermogen
gedurende 20 minuten, P20
Het register begint in December 2008 na een lange periode van
inactiviteit. Het trainingsniveau, en dus de CTS is bijzonder laag, slechts 12
TSS/d. Herinneren we eraan dat TSS = 100 overeenkomt met 1 uur trainen op
maximale intensiteit. De trainigsbalans is neutraal, gelijk aan 0
Tot 5/4/2009 wordt het trainingsvolume opgebouwd tot 62 TSS/d, terwijl de
trainingbalans stilaan licht negatief wordt. Op 5/4 zien we plots de CTS dalen
en de trainingbalans stijgen. de reden hiervoor is ziekten, antibiotica en
onderbreking van de training. In normale omstandigheden zou deze positieve TBS
een aanduiding zijn voor een "tapering" met een verbeterde prestatie tot gevolg.
Dit is hier niet het geval omwille van de ziekte.
Na het herstel hernemen we de opbouw; tussen 15/4 en 25/5 is een sterke stijging
van de CTS en de balans duikt naar ongeveer -60. Daarom doen we het dan wat
rustiger aan tot we rond 15/8 een trainingsniveau van 100 TSS/d bereiken.
Tenslotte trachten we een echte
tapering tussen 29/8 en 7/9. Inderdaad op 8/9 komt er dan een extra goed
prestatie in een rit over de Ferme Libert, de Stockeu en Les Hézalles. Op die
dag halen we een normvermogen op 20 minuten van 223 W, daar waar in gewone
omstandigheden ons normvermogen schommelde tussen 170 en 200 W.
