Fietsen moeten rollen, liefst zonder slippen. Dit rollen veroorzaakt energieverlies voornamelijk op 5 manieren die hier in volgorde van belangrijkheid worden gegeven;
1. De vervorming van de banden
2. De grip van de banden op het wegdek
3. De vervorming van het wegdek
4. Het rondlopen van de ketting
5. Het rollen van de naven
Het vermogen dat verloren gaat door al deze oorzaken samen is evenredig met de
snelheid en het gewicht, en wordt gekenmerkt door een algemene rolcoëfficiënt
Crol
Gemakkelijkheidhalve kunnen we het vermogenverlies dus uitdrukken als Prol = Crol x gewicht x snelheid, of nog;
Prol = Crol G v
De vervorming van de banden
Zolang we rollen en niet glijden is er
geen relatieve beweging tussen die delen van het wegdek en van de band die met
elkaar in contact komen. Bij rollen wordt een klein deeltje van de band bij
contact met de grond ingedrukt, en ontspant terug bij het verder rollen terwijl
een nieuw stukje wordt ingedrukt etc... Deze vervormingen
gebeuren natuurlijk ten koste van energieverlies. Een band is opgebouwd uit
verschillende lagen. Wanneer hij in contact komt met het wegdek wordt hij
ingedrukt waardoor de zijkanten gaan uitpuilen en de lagen inwendig over elkaar
gaan glijden. Ook binnen de lagen zelf moeten de moleculen over elkaar gaan
glijden. Door deze interne wrijving wordt een deel van de
bewegingsenergie omgezet in warmte. Dit energieverlies per seconde is evenredig
met de snelheid en o.a. met de kracht waarmee de band wordt ingedrukt.
Laten we hier alles relatief eenvoudig houden en ons beperken tot niet-geprofileerde banden op een goed hard wegdek. Voor MTB en cyclocross wordt alles veel ingewikkelder.
| Een eenvoudig experimentje (rechts) illustreert ons het principe van de rolweerstand door vervorming. Plaats je fiets met het achterwiel in een klem zoals van een hometrainer. Druk je voorwiel op het inktkussen, en daarna op het blad papier, waarbij je de belasting afleest op de weegschaal. Dit kan je doen voor allerlei verschillende lasten, bandendruk, bandbreedte, wieldiameter etc...We verkrijgen dus een "bandenprint" net zoals een fingerprint. |
![]() |
![]() |
Links zien we een reeds bandenprints voor een bandje 700x23 met een last van 30 kg-kracht (dus 30 x 9.81 = 294.3 N). Van boven naar onder varieert de bandendruk van 2, 4, 6, 8 bar. Bij stijgende bandendruk wordt de bandafdruk korter, m.a.w. de band wordt minder diep ingedrukt, en de Crol wordt kleiner. Een eenvoudige basisregel ; Nu is het eenvoudig de invloed van een aantal factoren op de rolweerstand te begrijpen zoals de bandbreedte, de bandenstructuur, de bandendruk, de wieldiameter, ... |
De Bandbreedte
In tegenstelling tot de algemeen gangbare idee lopen smalle bandjes niet beter
dan bredere. Het is wel te verstaan dat we twee bandjes moeten vergelijken met
exact de zelfde structuur, opgeblazen tot de zelfde druk, en op de zelfde
wieldiameter. Bij identieke belasting hebben ze dan volgens de basisregel
identieke oppervlakte van de bandafdruk. Echter, bij het smalle bandje is de
bandafdruk langer en smaller, hetgeen betekent dat het in het centrum van de
contactzone dieper is ingedrukt... en dus minder goed rolt!
De Bandendruk
Het
is evident dat Crol kleiner wordt bij grotere bandendruk, immers hoe
groter de bandendruk, hoe kleiner de vervorming van de band. In de figuur
hiernaast zien we de evolutie van de coëfficiënt Crol in functie van
de bandendruk voor een drietal bandjes. Deze, en veel andere gegevens over de
rolweerstand werden verzameld door Jobst Brandt. De rode en de blauwe krommen
stellen twee bandjes (clinchers) voor, terwijl de groene kromme voor een
gelijmde tube is. De kromme voor de gelijmde tube verloopt veel vlakker waardoor
de rolweerstand bij hoge bandendruk groter is dan bij de betere clincher.
Volgens Brandt heeft dit te maken met de verlijming van de tube op de velg. Er
bestaan twee soorten verlijming; voor fietsen op de weg wordt een lijm gebruikt
die relatief soepel blijft om de tube snel te kunnen vervangen, terwijl voor
pistefietsen een verhardende lijm wordt gebruikt. De soepele lijm laat echter
een zekere beweging, en dus wrijving, toe van de tube op de velg zodat een extra
energieverlies ontstaat. Het lijkt er dus wel op dat bandjes te verkiezen zijn
boven tubes indien het gewicht niet echt een kritische factor is.
Het minder
goede bandje (rood) heeft bij 9 bar een CR = 0.0061. Een renner van
70 kg moet aan 45 km/h een rolvermogen leveren gelijk aan 52.3 W.
Gebruikt hij echter het beste bandje (blauw) dat bij 9 bar een
rolweerstandcoëfficiënt CR heeft van 0.0045 dan zal hij slechts
een rolvermogen 38.6 W moeten leveren. .
Met dit betere bandje wint hij dus 13.7 W maar is dit dramatisch m.a.w. kan hij
daardoor een tijdrit winnen? Absoluut want we kunnen uitrekenen dat hij
ongeveer 0.61 km/h trager rijdt. (Klik)
. Na een vlakke tijdrit over 45 km zal hij dus 610 meter voorliggen !
De bandenstructuur
Lichtlopende banden zijn noodzakelijk weinig slijtvast en duurzaam. Immers
duurzaamheid veronderstelt extra lagen b.v. tegen lek rijden en slijtvastheid
veronderstelt harde en dikke rubberbekledingen. Het principe voor lichtlopende
banden is eenvoudig; zo weinig mogelijke dunne en soepele laagjes. De fabricage
van lichtlopende bandjes is een hypergespecialiseerde zaak.
De wieldiameter
Bij gelijke banden heeft een kleiner wiel een grotere rolweerstand. Immers
om aan het zelfde oppervlak van de bandafdruk te komen moet de band op het
kleiner wiel dieper ingedrukt worden, maar.... een kleiner wiel heeft dan weer
een kleinere luchtweerstand.
De binnenband
De binnenband is een noodzakelijk kwaad want dit is dus een extra laagje dat
wrijving met de binnenkant van de buitenband veroorzaakt. Standaard binnenbanden
zijn gemaakt van butylrubber met fijne roetdeeltjes (daarom zijn ze ook zwart).
De rolweerstand kan verkleinen door een butyl-extra light binnenbandje te monteren. De kampioen van lichtlopendheid is echter het Latex binnenbandje. Latex heeft spijtig genoeg enkele nadelen, te beginnen met het prijskaartje. Bovendien is latex heel teer; een neepje bij het monteren is reeds genoeg voor een lek en de definitieve verhuis naar de vuilbak! Tenslotte is latex niet echt luchtdicht en moeten we om de enkele uur bijpompen. Eigenlijk is latex dus alleen maar geschikt voor korte tijdritten, en dan nog met verhoogd risico op lekrijden.
Invloed van de helling
Bij het rijden op een helling, zowel bergop als bergaf,
vermindert de rolweerstand omdat dan slechts een fractie van het gewicht
loodrecht op het wegdek drukt.
Wat betekent dit nu allemaal in cijfertjes ?
We kunnen de rolweerstand op een helling h
gemakkelijk berekenen met behulp van volgende formule
![]()
We moeten dus de waarde van de rolweerstandcoëfficiënt Crol te weten komen voor de verschillende bandjes in combinatie met verschillende binnenbandjes. Bandenfabriekanten geven op hun websites en reclamefoldertjes allerlei niet terzake doende details en publicitaire prietpraat. Allemaal hebben ze "lage" of "uiterst lage" rolweerstand, maar de waarden van Crol kom je bij hen nooit te weten! Je zou wel eens kunnen vergelijken met de concurrentie! Gelukkig bestaan er een aantal onafhankelijke metingen o.a. door het tijdschrift "Fiets". In de volgende tabel hebben we een en ander uitgerekend voor een wielertoerist van 80 kg, fiets inbegrepen, die een totaal vermogen van 285 Watt ontwikkelt, en die daarmee op vlakke weg zonder wind en met Rubino C23 bandjes aan 38 km/h rijdt. De berekeningen zijn gemaakt bij een bandendruk van 7 bar.
| Type Bandje | Crol | Snelheid aan 285 Watt | Prol aan 38 km/h |
| Vittoria Rubino C23 | 0.00837 | 38.00 km/h | 69.34 watt |
| Vittoria Corsa C23 | 0.0056 | 39.16 km/h | 46.39 watt |
We zien dan in de vierde kolom dat van het totaal van 285 watt
er 69.34 watt verbruikt wordt voor het rollen (de rest is dan voor het
overwinnen van de luchtweerstand). Leggen we het betere bandje Corsa C23, dat een Rrol
heeft van slechts 0.0056,dan rijden we meteen 1.16 km/h sneller met hetzelfde
vermogen. Indien we echter blijven rijden aan 38 km/h, dan vermindert de
rolweerstand tot 46.39 watt, hetzij een vermogenwinst van 23 watt. Op het totaal
van 285 watt is dit dus een winst van ongeveer 8 % !!
We kunnen nog een stapje verder gaan en de gewone butyl binnenband vervangen
door een butyl extralight, waardoor we nog eens extra 0.30 km/h sneller
gaan rijden.
De grip van de banden op het wegdek
Metingen van de rolweerstand gebeuren in het
laboratorium waarbij men een wiel laat rollen over een perfect oppervlak,
bijvoorbeeld een stalen cilinder. De rolweerstandcoëfficiënt Crol
die op deze manier gemeten wordt is altijd kleiner dan in het werkelijke fietsen omdat het
wegdek helemaal niet effen is. Het wegdek heeft een bepaalde textuur d.w.z.
grove of fijne putjes en bergjes. De band ondergaat dus extra kleine
vervormingen. Een band met een zachte buitenste rubberlaag volgt beter deze
lokale textuur en daardoor krijgt hij een grotere grip maar ook meer
rolverliezen. een band met harde rubberlaag ondergaat minder lokale vervorming
en loopt dus beter maar heeft ook minder grip. In de auto industrie en het F1
circuit wordt enorm veel aandacht besteed aan dit compromis tussen grip en
weerstand, en dit in functie van de aard en de toestand van het wegdek.
De vervorming van het wegdek
Iedereen die al eens in de zomerwarmte
op een zachte asfaltweg heeft gereden heeft hierbij geen verdere uitleg nodig.