Is er een geheim recept om goed te rijden over kasseien? Waarom vliegen sommigen erover, terwijl anderen na een leuke kasseistrook naar de tandarts moeten voor een nieuw gebit? We kennen allemaal wel ongeveer enkele recepten en regeltjes.
![]() |
Zware fietsers zijn meestal goede kasseivreters; Je moet vooral blijven zitten en goed in het zadel blijven; minder druk in je banden steken; een liggende vork is beter dan een stijve staande vork; zelfs een ietwat "slappe" kader is comfortabel; wielen met hoge velgen zijn verschrikkelijk op kasseien; meestal kan je het comfort verhogen door sneller i.p.v. trager te rijden etc.. |
Dit alles kan niet op der rug geschoven worden van een verhoogde rolweerstand omdat
| Zware fietsers hebben een grotere rolweerstand, zij zouden dus meer last moeten hebben op kasseien! | |
| Bij minder hard pompen van de banden vergroot de vervorming van de banden en vergroot de rolweerstand. | |
| Idem voor soepele kaders, en voor een kader met schokdempers want schokdempers absorberen energie |
Natuurlijk is en blijft de verhoogde rolweerstand een belangrijk element, maar het echte geheim is te vinden in het fysisch verschijnsel van de RESONANTIE.
Ieder voorwerp kan aan het trillen gebracht worden door een uitwendige verstoring, b.v. door met een klepel op een klok te slaan of door een gitaarsnaar aan te slaan enz...Deze trillingen zullen snel verdwijnen of uitdoven, tenzij de aanslagfrequentie overeenkomt met een van de natuurlijke trillingsfrequenties van het voorwerp. In dit geval gaat het voorwerp in resonantie, m.a.w. het neemt energie op om deze trilling te onderhouden en te versterken. Indien de trilling niet voldoende gedempt wordt kan de energie van de trilling zo groot worden dat het voorwerp tenslotte breekt.
Wat heeft dit nu te maken met fietsen en kasseien?
| De fiets met zijn fietser heeft ook een aantal resonantiefrequenties fR. Het geheel van deze frequenties,het z.g. frequentiespectrum is ongelooflijk ingewikkeld, maar enkele dingen zijn eenvoudig n.l. | |
| De resonantiefrequenties zijn omgekeerd evenredig met de massa, dus een zware fietser heeft lage resonantiefrequenties, en licht fietsers hebben hogere resonantiefrequenties. | |
| De resonantiefrequenties zijn recht evenredig met de
sterkte of de stijfheid van de verbindingen tussen de verschillende delen.
Deze stijfheid wordt fysisch beschreven door een
veerconstante k. Een stijve kader heeft een grote veerconstante, en
hoge resonantiefrequentie; hard gepompte banden hebben hoge veerconstante etc... Als je uit het zadel komt ontstaat er een verbinding met kleine veerconstante tussen je kader en je lichaam; je fiets met kleine massa gaan "dansen" | |
| De kasseien slaan met grote regelmaat op de fiets in. Dit gebeurt zowel op het voor- als achterwiel, zodat de gemiddelde aanslagfrequentie fA gelijk is aan | |
|
fA = 2 v / L waar v de snelheid is, en L de gemiddelde afmeting | |
| van de
kassei. Als we over kasseien van 15 cm rijden aan 30 km/h ondervinden we
een aanslagfrequentie van fA = 110 s-1. Wanner deze aanslagfrequentie overeenkomt met één van de resonantiefrequenties van fiets-fietser, hebben we brute pech, en kunnen we alleen trachten sneller te gaan rijden om deze twee frequenties terug ongelijk te maken. |