Start Omhoog Vélo-Physique Bicycle Physics Fisica de la Bici
                                            Hoe snel klimt u?
                

    

Ieder jaar gaan duizenden fietsers van alle mogelijke soorten en kalibers naar de grote beklimmingen, met voor de Vlamingen de Mont Ventoux op de eerste plaats en voor de Nederlanders de Alpe d'Huez. De minder ervaren fietser moet zich wel een beetje ernstig voorbereiden en zich de volgende vragen stellen;  Hoe snel kan ik bergop rijden en welk verzet heb ik nodig?

Zogenaamde ervaren wielertoeristen horen we ook wel eens smalend spreken over mensen die met een trippeltje rijden en dan zien we er ook heel wat met een enorm verzet helemaal kapot gaan. Dikwijls gaan ook vooral dames op een veel te klein molentje helemaal gek draaien.  Hoe zit het dus?
Het echte bergop rijden is een zaak van lange adem. Een col van 15 tot 20 km rij je niet zo maar even tussen de soep en de patatten. Deze inspanning zal voor normale mensen 1 tot 2 uur en meer duren en het is dus overduidelijk dat we eigenlijk nooit in het rood mogen gaan. Dit maakt dus al een enorm verschil met de klimmetjes over de overgroeide molshopen in de Ronde Van Vlaanderen. Met alle respect voor de Patersberg en andere muurtjes in Geraardsbergen, maar daar leert niemand klimmen.
Goed klimmen betekent dus mooi op het randje van de aërobie-anaërobie rijden. In de eerste plaats moet de kandidaat klimmer dus goed weten waar dit punt ligt. Dit kan hij weten aan de hand van hetzij zijn hartslag-omslagpunt, hetzij zijn kritisch of aëroob vermogen. Om te bepalen welk verzet je nodig hebt op een bepaalde helling hebben we je kritisch vermogen nodig.
Natuurlijk kent de gewone sterveling zijn kritisch vermogen niet maar we kunnen een heel goede schatting maken door te bepalen welke snelheid je gemiddeld kan aanhouden bij windstil weder gedurende een all-out test van 20 minuten.

Hieronder staat een invul - berekeningstabel die eigenlijk wel voor zichzelf spreekt. Alle rode velden vul je in of maak je de keuze en klik de knop "Berekenen".

Algemene Gegevens
Uw massa    kg

Massa van je fiets kg

Wielmaat Band 
Bepalen van je aëroob vermogen
Rij op vlak terrein en een windstille dag gedurende 20 minuten. Om de invloed van de wind te elimineren rij je een traject heen en terug. Je houding is handen bovenop het stuur, armen licht gebogen, eigenlijk je klimhouding. Je gaat voluit zoals in een tijdrit
Vul je gemiddelde snelheid op 20 min in    km/h

Je aëroob (AE) vermogen is   Watt

AE vermogen  W/kg    AE vermogen W/m2

Kies je trapcadans    rpm

Kies de hellingsgraad %

Je beste verzet is
 Verhouding
    of  m
Bijvoorbeeld  
Je snelheid op deze helling is

  km/h

Je best mogelijke prestaties
Mont Ventoux

s

Start in Malaucène
1535 Hoogtemeters, 21.2 km

Alpe d'Huez

m s

Start in Bourg-d'Oisans
1150 Hoogtemeters, 15.2 km

Tourmalet

m s

Start in Ste. Marie de Campan
1268 Hoogtemeters, 17,2 km


Het correct uittesten en invullen van je gemiddelde snelheid op vlakke weg op 20 minuten is uiterst belangrijk ! Deze test doe je natuurlijk met de fiets en de banden waarmee je de helling zal rijden .Tracht vooral niet je gemiddelde snelheid te "vervalsen" door met je neus op het stuur te gaan liggen.
Je aëroob vermogen wordt berekend met correcties voor je gewicht en voor je frontaal oppervlak. Je AE vermogen in W/kg is de bepalende factor voor je absolute klimvermogen terwijl je AE vermogen per frontaal oppervlak in W/m2 bepalend is voor je prestatie in een vlakke tijdrit.

Welke trapcadans kies je?  Normale mensen zullen leuk bergop kunnen rijden met een trapcadans tussen 70 en 90 rpm. Een cadans van 40-50 rpm betekent pijnlijk trekken en sleuren en is dus liefst te vermijden.
Je beste verzet wordt gegeven in 3 vormen. De "Verhouding" geeft de verhouding van het aantal tandjes op je voorblad tot het aantal tandjes op je achterste kroontje. Ernaast staat het aantal meter per trapomwenteling, en eronder als voorbeeld een typische combinatie.
Een verhouding 1.52 komt b.v. overeen met een combinatie 30 x 20, het binnenblad van een trippel dus. Je kan dit verzet ook halen met een compact systeem met binnenblad 36. Je kroontje moet dan 36/1.52 = 23.7 zijn, afgerond een kroontje 24. Een 30x20 komt dus ongeveer overeen met een 36x24. Zij hebben beiden een verhouding van ongeveer 1.52

We hebben slechts 4 voorbladen opgenomen in het voorbeeld, n.l. een buitenblad 52, een binnenblad 42, een 30 als trippel binnenblad en een 22 als trippel binnenblad voor MTB

Het blauwe deel van de tabel voorspelt je best mogelijke prestatie op 3 van de beroemde colletjes. Hier wordt alleen rekening gehouden met de gemiddelde hellingsgraad. Aangezien  je op de steilere stukken meer tijd verliest zal je eindtijd iets hoger zijn. Het zou leuk zijn dat je deze voorspellingen vergelijkt met hetgeen je werkelijk presteert en mij en berichtje stuurt.

Berekenen we nu 2 renners in onze tabel.
De eerste is een type Pantani. Massa 55 kg, met een fiets van 7 kg, gemiddelde snelheid in rechte positie op 20 min gelijk aan 4
1.95 km/u. Hij heeft een berekend aëroob vermogen van 357 W, hetzij 6.50 W/kg en 1073 W/m2 . Daarmee kan hij theoretisch de Ventoux oprijden in 55m13s

De tweede is een type Armstrong. Massa 74 kg, ook met een fiets van 7 kg, gemiddelde snelheid in rechte positie op 20 min gelijk aan 43.36 km/u. Hij heeft een berekend aëroob vermogen van 481 W, hetzij ook 6.50 W/kg en 1185 W/m2 . Daarmee kan  hij de Ventoux oprijden in 53m31s

Niettegenstaande beide renners exact het zelfde vermogen van 6.50 W/kg per kg kunnen ontwikkelen zal de lichtere renner toch ongeveer 1m42 moeten prijs geven op de Ventoux. Indien hij samen met de zwaardere wil blijven moet hij meer vermogen per kg leveren. hij moet dus eigenlijk sterker zijn!  De reden hiervoor is het gewicht van de fiets. (Zie ook klimmersverdriet)

 

 

 

 

Laatst bijgewerkt: 09 februari 2010