Start Omhoog Vélo-Physique Bicycle Physics Fisica de la Bici
                                            Hoe schuin is schuin?
                

    

Het is niet altijd evident hoe schuin een fietser eigenlijk ligt in de bocht. Het probleem stelt zich nog meer uitgesproken voor een motorfiets. In de eerste plaats wordt de hellingshoek gemeten tegenover de lijn die loodrecht staat op het wegdek. Hiernaast zien we dat de weg een helling heeft om grotere snelheden toe te laten. Door de brede banden ligt het contactpunt niet meer in het centrum van de band maar verschuift het naar de binnenbocht.

We onderscheiden 3 zwaartepunten, n.l. het zwaartepunt van de piloot (gele bol), het zwaartepunt van de motor (blauwe bol) en het gezamenlijk zwaartepunt (rode bol). We zouden dus over drie hellingshoeken kunnen spreken, maar alleen de rode is echt belangrijk, en is degene die voorkomt in onze formules. In dit beeld is de hellingshoek ongeveer 50°, hetgeen betekent dat de statische wrijvingscoëfficiënt groter is dan 1

Deze motorbanden hebben een relatief zachte rubberbekleding die een betere grip hebben op het wegdek. Met een versleten band zou deze motor waarschijnlijk onderuit gaan.
Waarom hangt de piloot helemaal naar binnen? Hoe verder de gele lijn links van de rode ligt, hoe verder ook de blauwe lijn rechts ervan ligt, m.a.w. de bedoeling is dat de motor zelf minder schuin ligt. Dit heeft twee gevolgen;

bulletDoor iets minder diep te liggen blijft hij beter bestuurbaar
bulletOm uit de bocht te komen trekt de piloot zich op de motor, waardoor deze dieper gaat leunen en dus gaat hij in overstuur en zoals we weten veroorzaakt dit oversturen automatisch een reactie naar de buitenbocht.
 

 

Laatst bijgewerkt: 23 augustus 2010