|
|
Welke zijn de kenmerken en de kwaliteiten van een goed afdaler? Uiteraard in de eerste plaats behendigheid en durf. Behendigheid is de kunst om de situaties correct in te schatten en op een intuïtieve manier de wetten van de fysica toe te passen. Durf heb je nodig om tot het uiterste van deze wetten te gaan. Meestal zullen de ongelukjes gebeuren met fietsers die geen vertrouwen hebben en die de wetten van de fysica trachten tegen te werken. Een afdaling bestaat uit twee uitdagingen, namelijk de lange rechte stukken, en de bochten. Op rechte stukken zijn de zwaardere renners in het voordeel. Grote dieren verplaatsen zich meer economisch omwille van een gunstige verhouding tussen lichaamsgewicht en de frontale oppervlakte. Dit is hier ook van toepassing. Bij freewheelen op een steile afdaling is de stuwende kracht proportioneel met het gewicht van de renner, terwijl de afremmende kracht proportioneel is met de frontale oppervlakte. Zware renners versnellen dus beter, en hebben ook een hogere eindsnelheid dan lichte renners. Een renner van 75 kg met een frontale oppervlakte van 0.48 m2 die zich van uit stilstand laat bollen op een helling van 7 % zal een constante snelheid van 79.6 km/h bereiken. Zijn kameraad van 85 kg heeft een frontale oppervlakte van 0.52 m2 en bereikt een constante eindsnelheid van 81.3 km/h. Na 1 km vrije loop van uit stilstand heeft de zwaardere renner een voorsprong van 12 m. Dit is een klein voordeel dat eventueel gemakkelijk verloren gaat indien de renner een iets minder aërodynamische houding aanneemt en zijn frontale oppervlakte vergroot. De eindsnelheid veind die men zonder bijtrappen bereikt kan gemakkelijk berekend worden
In het bochtenwerk hebben de kleine lichte renners dan weer voordeel omdat zij een kleiner traagheidsmoment hebben en zich sneller in de bochten kunnen werpen.
|
|
Laatst bijgewerkt: 23 augustus 2010 |