Aėrodynamica van de tijdrijder
In een vlakke tijdrit worden hoge snelheden behaald, waarbij de luchtweerstand veel belangrijker is dan de rolweerstand en de klimweerstand. Op de betreffende pagina zagen we dat deze luchtweerstand evenredig is met het effectief frontaal oppervlak van de fietser. Dit frontaal oppervlak zo klein mogelijk maken is dus de belangrijkste opdracht. De afsluitende tijdrit in de ronde van Frankrijk 1989 tussen Greg Lemond en Laurent Fignon is legendarisch geworden, niet alleen omdat Fignon een onmogelijk te verliezen ronde toch verloor, maar vooral omdat Lemond won dank zij zijn revolutionair stuur en aėrodynamische houding.
![]() |
Sindsdien gaat iedere would-be tijdrijder wel eens zijn optimale
positie en minimaal frontaal oppervlak bepalen in een windtunnel. De mens is een hybride machine. Hij heeft eigenlijk twee motoren namelijk een aėrobe motor, met een bijna onbeperkte energievoorraad, en een anaėrobe motor met een zeer beperkte energievoorraad. De aėrobe motor gebruikt voornamelijk spieren van het type1 en werkt door aanvoer van zuurstof door de longen, bloedsomloop etc... De anaėrobe motor werkt voornamelijk met spieren van het type 2 en werkt zonder aanvoer van uitwendige zuurstof. De anaėrobe motor is zoals een elektrische motor aangedreven door een batterij. Twee fysisch-fysiologische parameters zijn uiterst belangrijk voor de tijdrijder namelijk het Kritisch Vermogen PKV, en de anaėrobe werk capaciteit AEWC. |
Het Kritisch vermogen
PKV, (Critical
power CP)
Dit is het vermogen dat een renner onbeperkt lang kan ontwikkelen zonder extreme
vermoeidheid. Dit kritisch vermogen komt ongeveer overeen met het MLSS (Maximun
Lactate Steady State vermogen). De bepaling van dit KV kan alleen gebeuren door
een zeer specifieke inspanningstest. De klassieke inspanningstest voor
het bepalen van de verschillende trainingszones is hiervoor niet geschikt. Men kan stellen dat alle
inspanningen bij vermogens lager dan
PKV aėroob zijn,
De intrinsieke capaciteit van een tijdrijder wordt voornamelijk bepaald
door de verhouding van zijn kritisch vermogen (aėroob vermogen) tot
zijn effectief frontaal oppervlak d.i. zijn oppervlak-specifiek vermogen
De Anaėrobe Werk Capaciteit AEWC
Dit is de totale hoeveelheid arbeid dat we kunnen leveren boven het kritisch
vermogen. De AEWC wordt dus uitgedrukt in kilojoule, kJ. Nemen we een voorbeeld;
een renner heeft PKV = 340 Watt, en AEWC = 20 kJ. Indien deze renner met
vermogen P= 370 Watt wil rijden dan verbruikt hij (P-PKV)=(370 - 340) = 30 Watt
op anaėrobe manier. Hij kan deze inspanning een bepaalde tijd T volhouden. deze
tijd is T = AEWC/(P-PKV) = 20.000/30 = 667 seconden, hetzij 11 minuten en 7
seconden!
Indien we PKV en AEWC van een bepaald renner kennen kunnen we dus zijn beste prestatie in een tijdrit voorspellen.
De nauwkeurige bepaling van het PKV en AEWC gebeurt
d.m.v. een laboratoriumtest, maar een fietser die
beschikt over een vermogenmeter (SRM, Powertap...) kan zelf ook een eenvoudige
test doen om zijn PKV bij benadering te bepalen d.m.v. een tijdrit
over 20 minuten.