Van alle levende wezens verplaatst de fietser zich het meest economisch

Ieder wezen of voorwerp, van microbe tot Airbus, heeft een specifieke manier om zich te verplaatsen, hetzij vliegen, kruipen, zwemmen, lopen, rijden...

De SPECIFIEKE VERPLAATSINGSENERGIE is de hoeveelheid energie die  dier, mens, machine,  gebruiken om zich, op de hun eigen manier, over 1 km te verplaatsen, en dit per kg lichaamsgewicht. Economisch omspringen met energie betekent dus een zo klein mogelijke specifieke energie hebben.

 

Voor een vlieg is deze specifieke energie  60 kJ per km en per kg.

Natuurlijk heeft nog nooit iemand een vlieg van 1 kg gezien, maar een zwerm vliegen van samen 1 kg zal inderdaad 60 kJ per km verbruiken

Merk op in de volgende voorbeelden dat over het algemeen grotere en zwaardere wezens zich meer economisch verplaatsen

 

Zo bijvoorbeeld de sprinkhaan die reeds een tiental keer meer weegt dan de vlieg

Voor de sprinkhaan is dit  22 kJ per km en per kg.

 

 

 

Voor een duif is dit nog slechts 4 kJ per km en per kg.

Vlieg, sprinkhaan en duif zijn vliegers; deze zijn niet economisch omdat zij voornamelijk energie verspillen om de zwaartekracht te overwinnen en in de lucht te blijven.

 

 

Zwemmers zijn economischer dan vliegers omdat zij gewoon drijven, en energie alleen gebruiken om zich te verplaatsen. Het water zorgt echter nog wel voor een behoorlijke weerstand.

Daardoor  is dit voor een dolfijn  1.7 kJ per km en per kg.

 

 

Ook diegenen die op de grond blijven bewegen zich economisch omdat de lucht nog minder weerstand zal bieden dan het water, maar het contact met de grond (voeten , wielen) zorgt voor extra energieverlies.
Daarom is het logisch dat een loper zich minder economisch beweegt dan een fietser. Inderdaad is de specifieke energie voor een loper gelijk aan 3 kJ per km en per kg  en voor een fietser gelijk aan 0.6 kJ per km en per kg!!!

 

De fietser verplaatst zich dus 100 keer meer economisch dan de vlieg en is de absolute kampioen in economisch energieverbruik..